Laatst bijgewerkt 2026-07-17 • BPMBezwaartje, gratis en onafhankelijk
Waarom deze pagina? BPM-recht is levende rechtspraak. Wij controleren onze teksten en gegenereerde stukken doorlopend tegen de wet en de jurisprudentie, en als er iets niet klopte, staat dat hier eerlijk vermeld: wat er stond, wat er juist is, en wat dat praktisch voor u betekent.
Na een volledige externe controle van alle juridische bronnen in de app (elke uitspraak nagelezen bij rechtspraak.nl en EUR-Lex, elke wettekst bij wetten.overheid.nl) zijn de volgende punten gecorrigeerd.
Wat stond er? In bezwaarschriften die de app genereerde kon een passage staan over de vermenigvuldigingsfactor van artikel 19a Wet BPM 1992 met de waarde "0,125".
Wat is juist? De wet kent de factoren 0,25 (bij herroeping of vernietiging van het besluit) en 0,10 (in overige gevallen). Een factor 0,125 bestaat niet.
Wat betekent dit voor u? Weinig tot niets. De Belastingdienst en de rechter stellen een proceskostenvergoeding ambtshalve op de juiste wettelijke grondslag vast; een verkeerd genoemde factor in uw bezwaarschrift verandert daar niets aan en schaadt uw zaak niet. U hoeft niets te doen. Wilt u het toch rechtzetten, dan kunt u in een aanvullend briefje aan de Belastingdienst melden dat u voor de proceskostenvergoeding uitgaat van de wettelijke factoren van artikel 19a Wet BPM 1992.
Wat stond er? Op deze site en in gegenereerde stukken stond dat de termijn "6 werkdagen na betaling" niet in de wet staat en dat een oproep op die basis aanvechtbaar is.
Wat is juist? Artikel 8, lid 8, Uitvoeringsregeling BPM 1992 kent twee termijnen: (1) tot en met de zesde werkdag na de dag van het afschrijvingsmoment (de afronding van het RDW-onderzoek), en (2) als u de BPM op aangifte pas na dat moment betaalt: tot en met de zesde werkdag na de dag waarop uw betaling is ontvangen. Alleen een oproep buiten beide termijnen, of een oproep gebaseerd op de betaling van een naheffingsaanslag (dat is geen voldoening op aangifte), mist een wettelijke grondslag.
Wat betekent dit voor u? Dit is belangrijk als u een oproep krijgt om uw voertuig te tonen: houd uw voertuig in ongewijzigde staat beschikbaar tot het einde van de toepasselijke termijn, ook als uw betaling na de RDW-afronding viel. Negeer een toonoproep niet op basis van de oude tekst. Op het niet kunnen tonen staat overigens geen bewijssanctie (Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:318).
Stuk gegenereerd voor 2026-07-17? De kern van uw bezwaarschrift (de gronden, de termijnen van uw zaak en uw verzoeken) wordt door deze correcties niet geraakt. Alleen punt 2 hierboven is gedragssturend: kreeg of krijgt u een oproep om uw voertuig te tonen, lees dan de gecorrigeerde uitleg op de hertaxatie-pagina. Twijfelt u over uw situatie, mail dan gerust naar [email protected].