Moest u de BPM betalen volgens de forfaitaire tabel of koerslijst terwijl u een taxatie had? Beantwoord een paar simpele vragen en download direct uw bezwaarschrift.
U hoeft niets juridisch te weten. Beantwoord een paar simpele vragen, dan maakt deze tool automatisch een volledig onderbouwd bezwaarschrift voor u. Het is gratis.
Doet u dit als particulier of namens een bedrijf?
Deze gegevens vindt u op uw aangifte en op de mededeling van de Belastingdienst.
U heeft de BPM betaald om uw kenteken te krijgen. Volgens welke methode moest u betalen?
mr. Robin Lammers voert het beroep bij de belastingrechter. Het beroep wordt vooraf afgerekend; u ontvangt daarvoor een betaallink.
Beroep starten met Recht ZekerDe Belastingdienst hanteert een gestandaardiseerde werkwijze waarbij belastingplichtigen onder druk worden gezet hun BPM-aangifte in te trekken en opnieuw in te dienen via een duurdere methode. Deze generator stelt u in staat direct bezwaar in te stellen tegen de eigen aangifte, met volledige juridische onderbouwing.
De Belastingdienst hanteert een gestandaardiseerde werkwijze die erop neerkomt dat importeurs van gebruikte voertuigen worden gedwongen een duurdere aangiftemethode te hanteren dan de methode waarvoor zij op grond van de wet hebben gekozen. De gronden die daarvoor worden aangevoerd zijn steeds dezelfde: het schadepercentage klopt niet, de koerslijst is onvolledig, de referentievoertuigen kloppen niet. Geen van die gronden is onderbouwd met eigen onderzoek. Geen van die gronden leidt tot een voor bezwaar vatbare beschikking. Het is informele druk, buiten de wet om.
De juridische werkelijkheid is een andere. Artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verbiedt lidstaten om op ingevoerde producten een hogere belasting te heffen dan op vergelijkbare binnenlandse producten. Dit is primair EU-recht. Het heeft rechtstreekse werking. Het gaat voor op elke nationale wet, elke uitvoeringsregeling en elk beleidsbesluit. Altijd.
Een uitvoeringsregeling die belastingplichtigen dwingt een methode te gebruiken die structureel tot hogere uitkomsten leidt dan de werkelijke marktwaarde van het voertuig, is in strijd met artikel 110 VWEU. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:440) bevestigd dat de inspecteur uit eigen beweging had moeten onderkennen dat zijn berekening in strijd was met EU-recht. Niet de belastingplichtige had dat moeten aantonen. De inspecteur had dat zelf moeten doen.
Nederland is in een reeks BPM-procedures bij het Hof van Justitie van de Europese Unie teruggefloten, waaronder het centrale X-arrest (C-437/12). De kern van die zaken is dezelfde: de BPM-systematiek leidt structureel tot overkill bij de heffing op ingevoerde tweedehands voertuigen. Desondanks wordt de druk op belastingplichtigen opgevoerd in plaats van verminderd.
Op 18 maart 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in drie uitspraken (ECLI:NL:RVS:2026:1320, 1321 en 1322) geoordeeld dat de RDW niet automatisch de hoogste CO2-waarde uit een meetbandbreedte mag registreren wanneer geen exacte waarde beschikbaar is. De Afdeling stelde vast dat dit handelen in strijd is met het Europese systeem van typegoedkeuring. Het belang voor de BPM-praktijk is direct: een te hoge CO2-registratie leidt immers tot een hogere BPM-grondslag op het ingevoerde voertuig dan rust op vergelijkbare binnenlandse voertuigen met de correcte CO2-waarde. Daarmee is de verbinding met artikel 110 VWEU onmiddellijk gelegd.
Bijzondere zorg betreft de gegroeide praktijk waarin de Belastingdienst zich beroept op het herleidingsverbod uit HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1134 om aangiften categorisch te verwerpen, zonder vervolgens zelf te toetsen of de uiteindelijke heffing binnen het BPM-plafond van art. 110 VWEU blijft. Deze toetsing is geen optie maar een zelfstandige verplichting van de inspecteur, zoals de Hoge Raad in HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:440 heeft vastgesteld. Het inroepen van een nationaal jurisprudentieel verbod ontslaat de inspecteur niet van zijn EU-rechtelijke onderzoeksplicht. Waar deze plicht wordt verzuimd, ontstaat structurele overkill die direct in strijd is met het arrest C-437/12 van het Hof van Justitie en daarmee met primair Unierecht.
Recht Zeker is van mening dat deze praktijk niet alleen onrechtmatig is jegens de individuele belastingplichtige, maar ook een structurele schending vormt van artikel 110 VWEU door het Koninkrijk der Nederlanden als lidstaat van de Europese Unie. Elke belastingplichtige die gedwongen wordt tot gebruik van de forfaitaire tabel of de koerslijst terwijl hij recht heeft op de taxatiemethode, is een slachtoffer van die schending. En elke klacht die bij de Europese Commissie wordt ingediend, vergroot de kans dat Nederland formeel ter verantwoording wordt geroepen.
Selecteer de gronden die de Belastingdienst heeft aangevoerd. Per grond wordt de volledige juridische weerlegging opgenomen.
Wordt u gedwongen de forfaitaire tabel of koerslijst te gebruiken terwijl u recht heeft op de taxatiemethode? Dan kunt u als EU-burger of ondernemer een formele klacht indienen bij de Europese Commissie wegens schending van artikel 110 VWEU door Nederland. Het is gratis, online en u ontvangt altijd een officieel registratienummer.
Iedereen kan een schending van EU-recht door een lidstaat melden bij de Commissie. U hoeft geen advocaat of jurist in te schakelen. Het formulier is beschikbaar in het Nederlands en alle andere EU-talen.
Naar het klachtenformulier →Kopieer de tekst hieronder en plak deze in het klachtenformulier. Vul uw eigen dossiergegevens aan op de aangegeven plaatsen. De tekst is in het Engels omdat de Commissie Engels als werktaal hanteert, maar u mag ook in het Nederlands indienen.
Na indiening ontvangt u een bevestiging met een CPLT-registratienummer. Bewaar dit nummer. U kunt het vermelden in correspondentie met de Belastingdienst als bewijs dat de kwestie bij de Europese Commissie is aangemeld.