Aangifte onjuist door schade of handelsinkoopwaarde

Laatst bijgewerkt 18 juli 2026 • BPMBezwaartje, gratis en onafhankelijk

Kort gezegd: de Belastingdienst schrapt uw schadeposten, vindt uw handelsinkoopwaarde te laag of verwerpt uw taxatierapport. Dat is een meningsverschil over de waarde van een auto. Een meningsverschil is iets anders dan een aangifte die kennelijk onjuist is, en dat verschil heeft juridische gevolgen.

Waarom dit geen "kennelijk onjuiste" aangifte is

Van een kennelijk onjuiste aangifte is slechts sprake als op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over de onjuistheid van de aangegeven BPM. Dat is een zware maatstaf, en die is niet bedoeld voor gevallen waarin twee deskundigen anders naar dezelfde auto kijken.

Een verschil van inzicht over schadeposities of over de handelsinkoopwaarde is naar zijn aard een waarderingsgeschil. Over de omvang van schade, over de vraag of iets meer dan normale gebruiksschade is en over de hoogte van de handelsinkoopwaarde kan men van mening verschillen zonder dat een van beiden zich vergist.

De kern. De inspecteur die de aangifte onjuist acht, corrigeert uitsluitend via een naheffingsaanslag op grond van artikel 20 AWR (Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 mei 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3817, rechtsoverwegingen 4.3 tot en met 4.7; deze overwegingen zijn in cassatie niet bestreden, de Hoge Raad vernietigde de uitspraak uitsluitend op het punt van de gehanteerde waarderingsmaatstaf en verwees de zaak, HR 5 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6455, BNB 2010/154). Een bevoegdheid om de aangifte te weigeren of terzijde te schuiven bestaat niet. Wil de inspecteur meer heffen, dan is de naheffingsaanslag daarvoor het wettelijke instrument, en die mag hij ook opleggen voordat de auto is geregistreerd (HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:64, r.o. 4.5). Zolang er geen naheffingsaanslag ligt, voorziet de wet er alleen in dat het kentekenbewijs wordt geweigerd zolang aangifte en betaling ontbreken (r.o. 4.4 van datzelfde arrest); voor het onthouden van het fiscaal akkoord enkel om u naar de forfaitaire tabel te dwingen, bestaat geen wettelijke grondslag.

U kiest de methode, niet de inspecteur

De wet geeft u de keuze uit drie waardebepalingsmethoden: de forfaitaire tabel, een koerslijst, of een taxatie (artikel 10 Wet BPM; HR 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1472, r.o. 4.2.3). De taxatiemethode staat wel alleen open voor schadevoertuigen, met uitzondering van WOK-auto's, en voor auto's die door hun zeldzaamheid niet op een koerslijst voorkomen. Die keuze is aan u, en het is een wettelijk recht, geen gunst. Wijst de Belastingdienst uw aangifte of uw taxatie af, dan moet dat concreet en controleerbaar worden gemotiveerd. Een algemene mededeling dat het rapport niet wordt gevolgd, is dat niet.

Daarboven staat de Europese ondergrens: er mag nooit meer BPM worden geheven dan er nog rust op een vergelijkbare auto die al in Nederland geregistreerd staat (artikel 110 VWEU; HvJ EU 19 december 2013, C-437/12, toegepast in HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:440). Het recht om tegenbewijs te leveren volgt daaruit.

Wat u concreet doet

  1. Betaal onder protest als u uw kenteken nodig heeft. Kies daarbij waar mogelijk de koerslijst; die valt bijna altijd lager uit dan de tabel. Zie betalen onder protest.
  2. Bewaar uw bewijs. Foto's van de schade, het taxatierapport, de calculatie en de koerslijst waarop u zich beroept.
  3. Maak bezwaar binnen zes weken na uw betaaldag. Uw bezwaar richt zich tegen uw eigen voldoening op aangifte.
  4. Voer beide sporen aan: dat de kwalificatie onjuist is en dat de waardering onjuist is. Ze staan los van elkaar en versterken elkaar.

De app zet deze gronden standaard in uw bezwaarschrift, inclusief het verzoek om vergoeding van uw kosten.

Maak gratis uw bezwaarschrift →

Lees ook